Het resultaat

De resultaten van het praktijknetwerk ‘duurzame aanpak engerlingen’ is’:

  • Gras-/weiland: de schade wordt vooral bepaald door de weersomstandigheden.
  • Het benutten van meerdere maatregelen heeft meer effect op de engerlingenpopulatie dan de afzonderlijke maatregelen (IPM).
  • De soort en het levensstadium van de engerling in samenhang met de leefomstandigheden is van extreem belang om effectief beheersmaatregelen toe te passen: Ken de vijand!
  • Het aanrollen van gras kan tot 100% sterfte binnen een bepaald oppervlak leiden van de engerlingen van de meikever. Deze maatregel bleek in het project de meest effectieve maatregel te zijn.
  • Akkerbouwgewassen: Gangbare en biologische middelen laten geen effect zien op de knolaantasting door engerlingen in aardappelen.
  • Insectparasitaire nematoden kunnen engerlingen zeer effectief afdoden. De effectiviteit wordt bepaald door de dosering. Een goede toepassing is van groot belang.
  • Het nut van natuurlijke vijanden (gewone keverdoder) lijkt onderschat; verzameling van engerlingen van de rozenkever leverde op ca. 1 m2 28% parasitering op. Stimulering van de gewone keverdoders verlaagt de populatiedruk van de rozenkeverengerlingen; U wordt geholpen!

De aanleiding

Op zandgronden hebben veehouders en akkerbouwers de laatste jaren weer meer problemen met engerlingen in gras en aardappelen. In grasland vreten engerlingen (meikever-/rozenkever larven) aan graswortels, wat dode plekken oplevert. Schade door zoogdieren en vogels op zoek naar engerlingen doen hier nog een schepje bovenop. De kale plekken veronkruiden, wat niet wenselijk is omdat er dan chemisch ingegrepen moet worden. In de teelt van aardappelen vreten engerlingen aan de knollen aan.

Regelmatig komen engerlingen in het (regionale) nieuws. In 2009 ging het volgens LTO landelijk om duizenden hectares grasland, in 2011 om ca. 500 ha in het oosten van Nederland. Vanwege engerlingen werden bij Dienst Regelingen ontheffingen aangevraagd om te scheuren in het najaar, wat vanwege uitspoeling op zandgronden alleen mag in de periode van 1 februari t/m 10 mei. Engerlingenvraat heeft tot afgekeurde en gekorte aardappelpartijen geleid: een financiële tegenvaller, die bij landruil ook de relatie met de betrokken veehouder onder druk zet.

In de akkerbouw zijn geen insecticiden tegen engerlingen toegelaten. Inzet van insecticiden tegen engerlingen in grasland lijkt ook niet direct de oplossing van het probleem. Recent onderzoek geeft aan dat bepaalde cultuurmaatregelen engerlingen kunnen doden. Uit een deskundigendag bleek dat in goed beheerd grasland minder snel dode plekken zichtbaar zijn. We weten niet welke aanpak/omstandigheden nu specifiek leidt tot minder schade. Hoe effectief kunnen deze maatregelen worden ingezet? Kan op basis van kennis een gerichte en daarmee goedkopere biologische bestrijding worden ingezet? Bij welke soorten en aantallen engerlingen levert het wat op? Uit gesprekken met collega-landbouwers blijkt dat er ook andere ideeën leven om het engerlingenprobleem aan te pakken. Volgens ons heeft het omgaan met engerlingen een nieuwe impuls nodig, kennisuitwisseling via een netwerk lijkt op dit moment een goede manier om tot een duurzame oplossing te komen.

Het doel

Doel van het praktijknetwerk is bewustwording, kennis en ervaringen van melkveehouders, akkerbouwers, leveranciers en onderzoek met diverse maatregelen om engerlingen te bestrijden / te beheersen te bundelen. Deze gezamenlijke aanpak zal leiden tot een duurzame aanpak van Engerlingen waardoor problemen in grasland en/of aardappelen voorkomen kunnen worden of beheersbaar blijven.

Het project heeft de volgende producten opgeleverd:

Ministerie van Economische Zaken
Europese Unie

Dit project is mede mogelijk gemaakt door het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn Platteland. Het ministerie van Economische Zaken is eindverantwoordelijk voor POP2 in Nederland.